Citaat | Rechtbank Den Haag 31 januari 2018
Onder 2.33. Rechtbank Den Haag 31 januari 2018
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:813.
Deze weduwen en kinderen bieden aan [getuige 4] , die in opdracht van de Staat onderzoek heeft gedaan naar de achtergronden en de totstandkoming van de lijsten en daarbij heeft gesproken met [getuige 3] , te horen over zijn gesprek met [getuige 3] . Zij wensen te weten te komen hoe dat gesprek is verlopen en welke vragen aan hem zijn gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het meer voor de hand dat deze vragen schriftelijk worden beantwoord door [getuige 4] zelf, die wellicht beschikt over notities van dit gesprek. Uit een oogpunt van proceseconomie zal de rechtbank daarom de Staat eerst op de voet van art 22 Rv bevelen eventuele gespreksnotities van [getuige 4] in het geding te brengen, alsmede de schriftelijke antwoorden van [getuige 4] op deze vragen van de weduwen en kinderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed, en de alinea staat in dat document op bytes 51039 tot 51853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed | shasum -a 256