Citaat | Rechtbank Den Haag 31 januari 2018

Onder 2.6. Rechtbank Den Haag 31 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:813.

De rechtbank zal beslissen over de verdere bewijslevering. Voor toewijzing van de vorderingen is vereist dat in rechte komt vast te staan dat de weduwen en kinderen 1) weduwe of kind zijn van 2) een destijds door Nederlandse militairen onrechtmatig geëxecuteerde man. Zoals is geoordeeld in de tussenvonnissen, dragen de weduwen en kinderen de bewijslast van deze stellingen en is de enkele eigen stelling of partijverklaring voor beide elementen van dat bewijs in rechte onvoldoende. In geen van de zaken staat vast dat de man in kwestie destijds op onrechtmatige wijze is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. In de zaken van [eisende partij 9] (C/09/458254 / HA ZA 14-96), [eisende partij 16] (C/09/472892 / HA ZA 14-1020) en [eisende partij 21] (C/09/472901 / HA ZA 14-1201) staat daarnaast de identiteit van de weduwe en/of de familierechtelijke band niet vast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed, en de alinea staat in dat document op bytes 20182 tot 21069.