Citaat | Rechtbank Den Haag 14 februari 2018

Onder 4.6. Rechtbank Den Haag 14 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 14 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:978.

Uit de parlementaire geschiedenis WWZ (33 818) volgt dat de wetgever met de in artikel 7:668 BW neergelegde wettelijke aanzegtermijn beoogd heeft werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst (meer) zekerheid te bieden met betrekking tot de vraag of de tijdelijke arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de overeengekomen termijn al dan niet door de werkgever wordt voortgezet. Het wetsartikel is tevens bedoeld om een mondelinge toezegging van een werkgever dat de arbeidsovereenkomst wordt verlengd te formaliseren via in dit geval de schriftelijke aanzegplicht. Met deze aanzegplicht wil de wetgever voorkomen dat een werkgever wel al mondeling aan de werknemer toezegt de arbeidsovereenkomst te verlengen, maar deze toezegging vervolgens niet nakomt en de werknemer alsnog na het einde van het dienstverband op zoek moet gaan naar een nieuwe baan. In zoverre beoogt het wetsartikel de positie van de werknemer te versterken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5bd49ee28037a14bcf851de769e8bf896e7136ff6de9053399f70a4a2dad737. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5bd49ee28037a14bcf851de769e8bf896e7136ff6de9053399f70a4a2dad737, en de alinea staat in dat document op bytes 11329 tot 12277.