Citaat | Rechtbank Den Haag 2 oktober 2019
Onder 1.2 Rechtbank Den Haag 2 oktober 2019
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10313.
Bij het primaire besluit heeft verweerder de twee Wob-verzoeken afgewezen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de Wob niet de geëigende weg is om de gewenste kopie van verslagen te ontvangen, nu hier van een klachtafhandeling in het eigen dossier van eiser sprake is. Voorts heeft verweerder erop gewezen dat artikel 9:10, derde lid, van de Awb geen apart verslag vereist. De hoofdlijnen van het verhandelde tijdens de hoorzitting moeten worden vastgelegd. In de afdoeningsbrief kan worden vermeld wat er tijdens het horen aan de orde is gesteld. Dit is in de afhandeling van de klacht van eiser in afdoende mate het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1908d4b5e09ff8b826c4933ba8201054a68cd47fb9d74eeedbec98143f547cb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1908d4b5e09ff8b826c4933ba8201054a68cd47fb9d74eeedbec98143f547cb0, en de alinea staat in dat document op bytes 7381 tot 8034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1908d4b5e09ff8b826c4933ba8201054a68cd47fb9d74eeedbec98143f547cb0 | shasum -a 256