Citaat | Rechtbank Den Haag 2 oktober 2019

Onder 2.1 Rechtbank Den Haag 2 oktober 2019

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10313.

Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) – onder meer de uitspraken van 19 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4129 en ECLI:NL:RVS:2014:4135) – kan ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn indien rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1908d4b5e09ff8b826c4933ba8201054a68cd47fb9d74eeedbec98143f547cb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1908d4b5e09ff8b826c4933ba8201054a68cd47fb9d74eeedbec98143f547cb0, en de alinea staat in dat document op bytes 8846 tot 9818.