Citaat | Rechtbank Den Haag 16 januari 2019

Onder 4.28. Rechtbank Den Haag 16 januari 2019

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 januari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:115.

Ook ten aanzien van het Verbod op laag-risicomiddelen is de noodzaak voldoende aangetoond door het onderzoek van het RIVM uit 2015 en het onderzoek van CLM. Dat eerstgenoemd onderzoek slechts een theoretische studie betreft, zoals Nefyto en Artemis benadrukken, kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat vast staat dat ten tijde van dit onderzoek er geen laag-risicomiddelen op de Nederlandse markt waren toegelaten, zodat een theoretische studie de enige onderzoeks-mogelijkheid was. Verder betogen Nefyto en Artemis nog tevergeefs dat de conclusies uit de rapporten betreffende de milieurisico’s (bestaande uit bijvoorbeeld vissterfte) van de vetzuren die in Ultima en overige laag-risicomiddelen zitten, worden ondergraven door de conclusie in de toelating van Ultima. In deze toelating is namelijk slechts opgenomen dat: “ Fatty acids released into the environment are rapidly degraded by micro-organisms under aerobic conditions and are readily biodegradable […] It is concluded that at the proposed level of use, fatty acids will not persist in soil or aquatic environments an do not pose a significant risk to the environment. ”. Nu deze conclusie slechts ziet op the proposed level of use ondergraaft deze niet de conclusies uit bedoelde rapporten, die immers uitgaan van een sterke toename van het gebruik van deze middelen in grotere hoeveelheden en aldus van het cumulatief effect.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee26cb0c13f9e7930fcb587510766c76887adabb35bbe9e367cafefc705f07d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee26cb0c13f9e7930fcb587510766c76887adabb35bbe9e367cafefc705f07d6, en de alinea staat in dat document op bytes 55922 tot 57406.