Citaat | Rechtbank Den Haag 4 november 2019

Onder 2.7. Rechtbank Den Haag 4 november 2019

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11665.

Het hof neemt bij het bepalen van de op te leggen straf als uitgangspunt de straf welke zou zijn opgelegd als de feiten in Nederland zouden zijn begaan. Uit het vonnis van de Belgische autoriteiten blijkt dat de veroordeelde gedurende een periode van bijna twee jaar als deelnemer aan een criminele organisatie betrokken is geweest bij het op grote schaal en op zeer professionele wijze vervaardigen van zeer grote hoeveelheden verdovende middelen. Als de feiten in Nederland zouden zijn gepleegd, zou waarschijnlijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ongeveer acht jaar zijn opgelegd. Rekening houdend met de kennelijk in België levende opvattingen omtrent de ernst van het feit ziet het hof geen aanleiding om de door de Belgische rechter opgelegde straf in duur aan te passen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ecee6466d00f0db718eeb3a62d493c4f5dbd905594d8e399b8196d6ade2418a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ecee6466d00f0db718eeb3a62d493c4f5dbd905594d8e399b8196d6ade2418a, en de alinea staat in dat document op bytes 10492 tot 11350.