Citaat | Rechtbank Den Haag 4 november 2019

Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 4 november 2019

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11665.

In de onder 2.12 vermelde bodemprocedure heeft [eiser] - net als in dit kort geding - aangevoerd dat de Staat onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door de hem door de Belgische strafrechter opgelegde gevangenisstraf van tien jaar niet naar Nederlandse maatstaven aan te passen (lees: te verlagen) naar acht jaar. In die zaak heeft de bodemrechter beslist dat dit betoog van [eiser] niet slaagt - kort gezegd - omdat de Minister gebonden is aan het oordeel van het gerechtshof, zodat het hem niet vrij stond om daarvan af te wijken bij zijn erkenningsbeslissing. Gelet hierop en op hetgeen hiervoor onder 4.1 is overwogen staat het de voorzieningenrechter in dit kort geding - in beginsel - niet vrij om van dat oordeel c.q. die beslissing van de bodemrechter af te wijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ecee6466d00f0db718eeb3a62d493c4f5dbd905594d8e399b8196d6ade2418a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ecee6466d00f0db718eeb3a62d493c4f5dbd905594d8e399b8196d6ade2418a, en de alinea staat in dat document op bytes 21433 tot 22221.