Citaat | Rechtbank Den Haag 27 mei 2019
Alinea 23 Rechtbank Den Haag 27 mei 2019
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6263.
5. In onderhavige procedure is eiser huurder van de woning. De uitkomst van deze procedure tegen de hoogte van de WOZ-waarde kan echter een direct gevolg hebben voor de eigenaresse van de woning, in casu Woningbouwvereniging [woningbouwvereniging]. Voor de eigenaresse is er ingevolge de wettelijke bepalingen geen aparte rechtsingang. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent in artikel 8:26, eerste lid een regeling waarin een belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld als zogenoemde derde-partij aan het geding deel te nemen. Artikel 30 van de Wet WOZ verwijst naar de Algemene wet rijksbelastingen( Awr). In de Awr is echter geen bepaling opgenomen vergelijkbaar met artikel 8:26 Awb. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van een leemte in de rechtsbescherming en dient artikel 8:26 Awb van overeenkomstige toepassing op onderhavige procedure te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb2d67ce61102b40c00d2eeb082038850823fc6125ee6336498310b47663bfe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb2d67ce61102b40c00d2eeb082038850823fc6125ee6336498310b47663bfe8, en de alinea staat in dat document op bytes 8747 tot 9633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb2d67ce61102b40c00d2eeb082038850823fc6125ee6336498310b47663bfe8 | shasum -a 256