Citaat | Rechtbank Den Haag 16 september 2019

Alinea 32 Rechtbank Den Haag 16 september 2019

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9682.

12. Eiser voert aan dat in het bestreden besluit ten onrechte wordt overwogen dat de intrekking van het Nederlanderschap geen schending oplevert van artikel 8 van het EVRM. Verweerder miskent dat de intrekking van het Nederlanderschap willekeurig is toegepast vanwege de onvoorzienbaarheid van de maatregel in samenhang met de vergaande en ingrijpende consequenties van de intrekking. In het bestreden besluit wordt voorts ten aanzien van artikel 3 van het EVRM en artikel 8 van het EVRM ten onrechte overwogen dat uit het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap niet volgt dat eiser Nederland moet verlaten en moet terugkeren naar Marokko, waardoor er geen sprake is van een schending van de rechten die eiser kan ontlenen aan het EVRM. Verweerder is gehouden om alle bijzondere omstandigheden van het geval te betrekken in de beoordeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92b41deba44a46c37dab33819cfb46895d9b1940bbf064a23849220ae0e9c126. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92b41deba44a46c37dab33819cfb46895d9b1940bbf064a23849220ae0e9c126, en de alinea staat in dat document op bytes 25387 tot 26248.