Citaat | Rechtbank Den Haag 28 augustus 2019

Alinea 124 Rechtbank Den Haag 28 augustus 2019

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 28 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9729.

50. De stelling van eiser dat verweerder in het kader van de behandeling van de bezwaren het inzagerecht en het hoorrecht heeft geschonden, kan niet tot een verdere vermindering dan wel vernietiging van de aanslagen, de vergrijpboetes en de heffings- en belastingrentebeschikkingen leiden. Ook indien sprake is geweest van deze schendingen, is niet gebleken op welke wijze eiser daardoor in zijn procesbelangen is geschaad of dat - mede gelet op het oordeel onder 14 en 15 over de op de zaken betrekking hebbende stukken - een terugwijzing een ander licht op de zaken zou werpen, zodat dergelijke gebreken op de voet van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen worden gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc0f4a711584b80c80b94905727e0918381f436447b2a64db2f9e9c4be8603c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc0f4a711584b80c80b94905727e0918381f436447b2a64db2f9e9c4be8603c1, en de alinea staat in dat document op bytes 50125 tot 50832.