Citaat | Rechtbank Den Haag 28 augustus 2019
Alinea 80 Rechtbank Den Haag 28 augustus 2019
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 28 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9729.
32. Eiser heeft aangevoerd dat de ontvangsten van Van [X] in de jaren 2011 en 2012 van respectievelijk € 24.575 (2011) en € 20.988 (2012) buiten beschouwing dienen te blijven, omdat hij deze bedragen op grond van een gerechtelijk vonnis uit 2015 in 2016 heeft moeten terugbetalen. Niet in geschil is dat eiser deze vergoedingen in 2011 en 2012 heeft gefactureerd aan Van [X] voor diensten die hij in die jaren zou hebben verricht en dat hij de desbetreffende vergoedingen ook daadwerkelijk in 2011 en 2012 heeft ontvangen. Dat die bedragen in een later jaar zijn terugbetaald, maakt niet dat deze in 2011 en 2012 niet als omzet in aanmerking hoefden te worden genomen, temeer niet nu voor de (eventuele) terugbetaling van deze bedragen geen voorziening is gevormd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc0f4a711584b80c80b94905727e0918381f436447b2a64db2f9e9c4be8603c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc0f4a711584b80c80b94905727e0918381f436447b2a64db2f9e9c4be8603c1, en de alinea staat in dat document op bytes 36249 tot 37031.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc0f4a711584b80c80b94905727e0918381f436447b2a64db2f9e9c4be8603c1 | shasum -a 256