Citaat | Rechtbank Den Haag 27 oktober 2020
Onder 4.22. Rechtbank Den Haag 27 oktober 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10708.
Indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat deze redenering naar Russisch recht aanvaard is – wat FKP gemotiveerd betwist – zal naar voorlopige oordeel niet snel worden aangenomen dat een FTE misbruik van bevoegdheid maakt door zich te beroepen op artikel 113 (6) RBW (en/of het spiegelbeeldige artikel 126 (1) RBW) of dat zo’n beroep misbruik van recht oplevert. Gezien de bewoordingen van artikel 10 RBW en de door partijen aangedragen voorbeelden uit de Russische rechtspraktijk, lijkt de ‘misbruiklat’ – net als naar Nederlandse recht – hoog te liggen. Indien al mogelijk, zal dus voor een geslaagd beroep op misbruik van bevoegdheid en misbruik van recht bij het inroepen van de artikelen 113 (6) RBW en 126 (1) RBW door een FTE naar voorlopig oordeel méér nodig zijn dan een verwijzing naar de kenmerken van zo’n rechtspersoon en het feitelijk effect daarvan in de situatie dat de Russische Federatie een vordering niet voldoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db66a1f4fc89da155611a07bbabb5fb9c786de722d6e850349c19c2a5dc8bf5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db66a1f4fc89da155611a07bbabb5fb9c786de722d6e850349c19c2a5dc8bf5b, en de alinea staat in dat document op bytes 70009 tot 70981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db66a1f4fc89da155611a07bbabb5fb9c786de722d6e850349c19c2a5dc8bf5b | shasum -a 256