Citaat | Rechtbank Den Haag 30 december 2020

Onder 2.2. Rechtbank Den Haag 30 december 2020

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13710.

Dan resteert nog de beslissing op de overige vorderingen, in het vonnis van 6 februari 2020 weergegeven onder primair, subsidiair en meer subsidiair. Die vorderingen hebben betrekking op de afwijzende beslissing van de minister van 20 december 2019 op het vierde gratieverzoek. In het vonnis van 6 februari 2020 is overwogen dat, om de vraag te kunnen beantwoorden of de minister, gegeven alle omstandigheden, in redelijkheid ertoe heeft kunnen komen het vierde gratieverzoek wederom af te wijzen en zo ja, welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden, de uitkomst van de cassatieprocedure en de appelprocedure van belang zijn. In de cassatieprocedure is namelijk onder meer de beslissingsruimte van de Kroon aan de orde. Daarnaast zal wellicht in de cassatieprocedure maar in ieder geval in de appelprocedure worden ingegaan op de vraag welke consequentie de rechter kan verbinden aan het oordeel dat een negatieve beslissing op een gratieverzoek onrechtmatig is, waarover in het arrest van 6 mei 2019 en het vonnis van 5 november 2019 verschillend is geoordeeld, zo is overwogen in het vonnis van 6 februari 2020.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12, en de alinea staat in dat document op bytes 10946 tot 12076.