Citaat | Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Onder 2.6. Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13710.
Uit het advies van het gerecht dat de straf heeft opgelegd (hierna: het hof) volgt dat dit van oordeel is dat met de verdere tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing geen met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid wordt gediend. Dit is in het advies ook uitvoerig gemotiveerd. Het hof heeft daarbij onder ogen gezien dat [eiser] als verdachte in zijn strafzaak veroordeeld is voor zeer ernstige misdrijven waarbij zes personen, waaronder een kind, om het leven zijn gekomen. Deze schokkende feiten hebben toenmaals grote beroering veroorzaakt in de maatschappij en een blijvende impact gehad op het leven van de slachtoffers/nabestaanden. Het hof neemt zonder meer aan dat het door deze feiten bij de slachtoffers/nabestaanden veroorzaakte onnoemelijke leed en verdriet nog immer bestaan en dat zij ook thans nog in meerdere of mindere mate negatief zullen staan tegenover het verlenen van gratie aan de verzoeker. Ook zullen, zo neemt het hof aan, over deze feiten naar hun aard in bredere zin in de samenleving, meer in het bijzonder in de gemeente [Gemeente], nog gevoelens van onbehagen bestaan. Het hof overweegt vervolgens dat en waarom de vergeldingsbehoefte die bij slachtoffers/nabestaanden van zulke ernstige misdrijven kan bestaan, en die niet noodzakelijkerwijze vermindert naarmate de tijd verstrijkt, niet doorslaggevend kan zijn voor de afweging in het kader van de gratiëring; dat als uitgangspunt heeft te gelden dat vergelding aan grenzen is gebonden en niet impliceert, en niet mag impliceren, een niet aan enige maat gebonden, feitelijk absolute uitsluiting uit de maatschappij van een dader, zoals ook de kern is van de jurisprudentie van het EHRM. De vraag of thans nog in overwegende mate (negatief) gewicht moet/mag worden toegekend aan het strafdoel van vergelding – de impact op slachtoffers/nabestaanden toen, nu en naar het hof aanneemt ook in de toekomst – wordt door het hof thans na verloop van ruim 35 jaren ontkennend beantwoord, zo volgt uit het in het vonnis van 6 februari 2020 onder 4.11 opgenomen citaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12, en de alinea staat in dat document op bytes 21510 tot 23599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12 | shasum -a 256