Citaat | Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Onder 2.9. Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13710.
Dit alles leidt, gezien het door de Hoge Raad geschetste kader, tot de conclusie dat de minister opnieuw dient te beslissen op het vierde gratieverzoek. De primaire vordering sub d is gelet daarop toewijsbaar op de wijze zoals hierna vermeld, waarbij een redelijke termijn zal worden gehanteerd van (uiterlijk) vier weken na heden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12, en de alinea staat in dat document op bytes 26149 tot 26493.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12 | shasum -a 256