Citaat | Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Onder 2.10. Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13710.
De overige vorderingen zijn niet voor toewijzing vatbaar, gelet op het door de Hoge Raad geschetste kader en de veroordeling van de Staat om opnieuw te (doen) beslissen op het vierde gratieverzoek. Dit geldt i) voor de vorderingen tot het treffen van voorzieningen ten aanzien van het vijfde gratieverzoek, ii) voor de vordering die ertoe strekt om de beslissing op het vierde gratieverzoek te herroepen, iii) voor de vorderingen die ertoe strekken dat aan de Staat wordt voorgeschreven hoe hij dient te beslissen. De Minister zal bij het nemen van zijn nieuwe beslissing wel acht moeten slaan op de overwegingen in dit vonnis en indien de nieuwe beslissing wederom zou strekken tot afwijzing van het gratieverzoek, mag die afwijzing niet uitsluitend worden gebaseerd op dezelfde redenen als waarop de bestreden gratiebeslissing berust, zo volgt uit hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in het hiervoor bedoelde arrest. Een grondslag voor toewijzing van de overigens in de subsidiaire vordering gevorderde bepalingen omtrent de wijze waarop de Staat voorafgaand aan zijn beslissing zal moeten handelen, is gesteld noch gebleken. Ook dat deel van het gevorderde zal dus worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12, en de alinea staat in dat document op bytes 26574 tot 27773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12 | shasum -a 256