Citaat | Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Onder 2.12. Rechtbank Den Haag 30 december 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13710.
De Staat zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding, te berekenen op de hierna vermelde forfaitaire wijze en ook overigens op de wijze zoals hierna vermeld. Voor een veroordeling van de Staat tot betaling van de werkelijke proceskosten ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, temeer niet omdat de vorderingen van eiser ook deels zijn afgewezen. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12, en de alinea staat in dat document op bytes 28061 tot 28681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/607ef7bfc5e81f03076de48a01823dbb37819bee1b124597f26237f34a699d12 | shasum -a 256