Citaat | Rechtbank Den Haag 3 april 2020

Onder 4.3. Rechtbank Den Haag 3 april 2020

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 3 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3013.

Voor de beoordeling van de vorderingen geldt het volgende als uitgangspunt. Nederland is in een acute crisissituatie beland als gevolg van (de steeds verdere verspreiding van) het coronavirus. De Staat heeft in crisissituaties als deze een grote mate van (beleids)vrijheid bij het nemen van maatregelen door middel van de inzet van bestuurlijke en juridische middelen. De besluiten die de regering in dit kader neemt, zijn voortdurend onderwerp van politiek debat en afwegingen op dit gebied behoren bij uitstek tot het domein van de uitvoerende macht. Dit brengt met zich dat de civiele rechter – en temeer de rechter in kort geding – zich zeer terughoudend dient op te stellen bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van de Staat op dit punt. Er is geen plaats voor een eigen, “volle” afweging door de burgerlijke rechter. Zo heeft de rechter niet de taak om naar eigen inzicht belangen te wegen of waarde toe te kennen aan wetenschappelijke adviezen. Alleen als evident is dat de Staat onjuiste keuzes maakt en de Staat aldus niet in redelijkheid voor het gevoerde beleid heeft kunnen kiezen, is plaats voor rechterlijk ingrijpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb679cbc38a3f7ac4be683e17d7efadeee7eb69804b1ae7a81f060632e87757. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb679cbc38a3f7ac4be683e17d7efadeee7eb69804b1ae7a81f060632e87757, en de alinea staat in dat document op bytes 13785 tot 14958.