Citaat | Rechtbank Den Haag 22 april 2020
Alinea 21 Rechtbank Den Haag 22 april 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4095.
4. De koopsom in verband met de verkrijging van het onroerend goed door eiseres en haar broer en zus in 2007 is door de kinderen aan de ouders schuldig gebleven. Er is een schriftelijke leningsovereenkomst opgemaakt. Een deel van de koopsom is vervolgens verrekend met een vordering ter grootte van € 544.068 die de kinderen nog hadden op hun ouders. Over het restant is in de periode 2007 tot en met 2010 jaarlijks 4% rente bijgeschreven op de hoofdsom. In 2010 is het restant van de lening, zijnde een bedrag van € 103.293, ofwel € 34.431 per kind, volledig afgelost.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194, en de alinea staat in dat document op bytes 9596 tot 10184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194 | shasum -a 256