Citaat | Rechtbank Den Haag 22 april 2020
Alinea 57 Rechtbank Den Haag 22 april 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4095.
20. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) kan, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, verweerder de te weinig geheven belasting navorderen. In dat kader moet worden beoordeeld of de navorderingsaanslag voortvloeit uit feiten die bij het opleggen van de definitieve aanslag al bij verweerder bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat verweerder bij het vaststellen van een aanslag IB/PVV mag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is hij tot een nader onderzoek gehouden, indien hij, na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte, aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen (zie onder meer Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9082). Voor twijfel is geen aanleiding indien de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194, en de alinea staat in dat document op bytes 19285 tot 20513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194 | shasum -a 256