Citaat | Rechtbank Den Haag 22 april 2020
Alinea 63 Rechtbank Den Haag 22 april 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4095.
25. Voor een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding. Deze termijn bedraagt twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase tezamen en is aangevangen met het indienen van het bezwaar op 13 april 2018 (zie het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, (ECLI:NL:HR:2016:252)). In de omstandigheid dat partijen ermee hebben ingestemd om na de mondelinge behandeling van de beroepen ter zitting nader in overleg met elkaar te treden om de mogelijkheid van een compromis te onderzoeken, ziet de rechtbank aanleiding de redelijke termijn voor de beroepsfase te verlengen. De rechtbank zal de periode die partijen hiervoor nodig hebben gehad (vanaf de mondelinge behandeling op 28 november 2019 tot en met de brieven van partijen van 5 en 7 februari 2020, zijnde tien weken) optellen bij de termijn van twee jaar en komt dan tot de conclusie dat de rechtbank binnen die termijn van twee jaar en tien weken uitspraak heeft gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194, en de alinea staat in dat document op bytes 25226 tot 26270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/def41b05a872930414bdb19aa411c9c35b4e3a19804b3d50d8e52064a4468194 | shasum -a 256