Citaat | Rechtbank Den Haag 26 augustus 2020
Onder 6.9 Rechtbank Den Haag 26 augustus 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 26 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8481.
8. Uit artikel 4:18 van de Awb vloeit voort dat verweerder – nadat hij eisers ingebrekestellingen had ontvangen – van rechtswege de verschuldigdheid van een dwangsom bij beschikking had moeten vaststellen. Dit heeft verweerder niet gedaan. Eiser kan echter door de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen tegen het niet tijdig beslissen, zie hiervoor onder 7, geen oordeel meer verkrijgen over de vraag of verweerder als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7b5c5cc4defc95edbadd7c72fce457a477ffa982b978c66eb45773e998e1650. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7b5c5cc4defc95edbadd7c72fce457a477ffa982b978c66eb45773e998e1650, en de alinea staat in dat document op bytes 25429 tot 25978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7b5c5cc4defc95edbadd7c72fce457a477ffa982b978c66eb45773e998e1650 | shasum -a 256