Citaat | Rechtbank Den Haag 6 februari 2020
Onder 2.8. Rechtbank Den Haag 6 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:866.
In de door de Staat tegen het vonnis van 17 april 2019 gestarte appelprocedure heeft het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) bij mondeling arrest van 6 mei 2019, zoals schriftelijk uitgewerkt op 14 mei 2019, dat vonnis vernietigd. Het Hof is evenals de voorzieningenrechter van oordeel dat de redenen die in de afwijzing van het derde gratieverzoek worden gegeven om af te wijken van het advies van de strafrechter niet van dien aard zijn dat zij die afwijking kunnen rechtvaardigen. Veeleer is, aldus het Hof, sprake van een andere weging van de in het advies meegewogen belangen dan dat deze redenen aan het advies (nieuwe) feiten en omstandigheden toevoegen die maken dat een afwijking van dat advies gerechtvaardigd is. Anders dan de voorzieningenrechter is het Hof echter, kort gezegd, van oordeel dat dit dient te leiden tot een veroordeling van de Staat om het vierde gratieverzoek in behandeling te nemen en daarop binnen vier maanden te beslissen. De Staat heeft cassatieberoep ingesteld tegen dit arrest. [eiser] heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153, en de alinea staat in dat document op bytes 10669 tot 11755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153 | shasum -a 256