Citaat | Rechtbank Den Haag 6 februari 2020
Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 6 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:866.
Voor toewijzing van de vordering sub 2 betreffende het vrijelijke uit- en inreizen van [eiser] vanuit/in Nederland is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen plaats. Daartoe is redengevend hetgeen onder 4.6 is overwogen over het door de kliniek uitgeoefende toezicht. Niet valt in te zien hoe de kliniek uitvoering kan geven aan haar verplichtingen en haar verantwoordelijkheid kan uitoefenen als [eiser] in het buitenland verblijft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153, en de alinea staat in dat document op bytes 32583 tot 33039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153 | shasum -a 256