Citaat | Rechtbank Den Haag 6 februari 2020
Onder 4.11. Rechtbank Den Haag 6 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:866.
Voor zover de levenslange gevangenisstraf mede ziet op die vergelding, heeft als uitgangspunt te gelden dat vergelding aan grenzen is gebonden. De vergelding houdt niet slechts in dat op een bepaald vergrijp een sanctie volgt, en wel 'ter verevening' van het aangedane onrecht, ter morele genoegdoening, maar zij geeft ook aan dat aan deze reactie een 'grens' is. Vergelding impliceert niet, en mag niet impliceren, een niet aan enige maat gebonden, feitelijk absolute uitsluiting uit de maatschappij van een dader. Dat is ook de kern van de jurisprudentie van het EHRM: een voor de veroordeelde aanhoudend en langdurig, volstrekt uitzichtloze situatie is strijdig met het verdragsrecht. De maatschappelijke reactie moet in zekere evenredigheid staan tot het begane anti-sociale gedrag. Dat betekent al met al dat de vraag of de - door de misdaden gemaakte - inbreuk op de rechtsorde is geheeld van groot belang is maar dat het antwoord op die vraag niet onder alle omstandigheden de doorslag geeft voor de te nemen beslissing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153, en de alinea staat in dat document op bytes 38931 tot 40028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ef18adad834ca9504aa925737b47f5531bd5bcec622f8e562e52f1d2d322153 | shasum -a 256