Citaat | Rechtbank Den Haag 15 april 2021

Onder 11.2 Rechtbank Den Haag 15 april 2021

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 15 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3759.

Eiseres voert aan dat de ernst en de omvang van de overtreding niet dusdanig zijn dat er in haar geval een noodzaak was om tot sluiting over te gaan. Er is geen sprake van recidive en ook niet van een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk. Ook het feit dat er vanuit de woning zelf geen handel heeft plaatsgevonden, maakt dat de noodzaak om tot sluiting over te gaan minder groot is en dat moet worden gemotiveerd waarom een sluiting toch aan de orde is. Tot slot is ook het tijdsverloop van ruim zeven maanden vanaf het incident tot aan de sluiting van de belang. Immers gedurende zeven maanden hebben geen incidenten plaatsgevonden, is geen sprake geweest van enige loop, de drugs en wapens zijn inbeslaggenomen en het georganiseerder verband is opgerold.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc2cd55af5cc8ca36f090b52986cd9c85f90411859bec3913a5eb9f6ad0f4521. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc2cd55af5cc8ca36f090b52986cd9c85f90411859bec3913a5eb9f6ad0f4521, en de alinea staat in dat document op bytes 17918 tot 18694.