Citaat | Rechtbank Den Haag 14 april 2021

Onder 4.22. Rechtbank Den Haag 14 april 2021

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 14 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3894.

De vraag is dus of het door de Staat gestelde belang bij de weigering van de privaatrechtelijke toestemming zwaarwegend genoeg is om die weigering te kunnen dragen. De Staat stelt dat de grond voor zijn weigering van de privaatrechtelijke toestemming gelegen is in het beschermen van de veilingopbrengst. Verder stelt de Staat dat met het nakomen van de met VPR c.s. gemaakte afspraken een zwaarwegend publiekrechtelijk belang is gemoeid, omdat de Staat algemene middelen moet aanwenden ter compensatie van VPR c.s. als hij die afspraken niet nakomt. Zoals hiervoor, bij toetsing van het beleid om toestemming categoraal te weigeren aan de Dienstenrichtlijn al is overwogen, zijn de door de Staat c.s. genoemde belangen louter economisch van aard en zijn deze niet te duiden als zwaarwegende publiekrechtelijke belangen. Daar komt bij dat niet is gesteld of gebleken dat behartiging van de gestelde belangen niet mogelijk is op een wijze die geen onrechtmatige daad jegens Fastned c.s. vormt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d6660b8136e7c123d492b2fe276ada1dbf154b45c426396cc4ce22723ecdec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d6660b8136e7c123d492b2fe276ada1dbf154b45c426396cc4ce22723ecdec7, en de alinea staat in dat document op bytes 49336 tot 50342.