Citaat | Rechtbank Den Haag 21 januari 2021
Onder 5.7. Rechtbank Den Haag 21 januari 2021
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 21 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:461.
Centraal staat dus het huurgenot dat [gedaagden] op grond van de huurovereenkomst mochten verwachten. Weliswaar wijst [eiser] er terecht op dat [gedaagden] het gehuurde gedurende de coronacrisis (hebben) kunnen gebruiken voor afhaal- en bezorgdiensten, maar dit leidt, anders dan [eiser] kennelijk meent, niet tot de conclusie dat hiermee het huurgenot is verschaft dat [gedaagden] bij het aangaan van de huurovereenkomst mochten verwachten. Zij hoefden op dat moment immers niet te verwachten dat de mogelijkheid om het gehuurde in volle omvang te exploiteren als restaurant en café zou worden belemmerd door een (gezondheids)crisis van deze omvang. Hierbij is niet relevant dat de van overheidswege opgelegde beperkingen ook niet aan [eiser] als verhuurder zijn toe te rekenen. Immers is toerekening geen vereiste op grond van artikel 7:204 BW. De coronacrisis betreft evenmin een omstandigheid die aan [gedaagden] als huurders is toe te rekenen. Conclusie is dus dat sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87f40fd7c52eeb445d7f7366e316c72e09dd8af151f776b73422ca019d3b5d35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87f40fd7c52eeb445d7f7366e316c72e09dd8af151f776b73422ca019d3b5d35, en de alinea staat in dat document op bytes 34570 tot 35611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87f40fd7c52eeb445d7f7366e316c72e09dd8af151f776b73422ca019d3b5d35 | shasum -a 256