Citaat | Rechtbank Den Haag 18 maart 2022
Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 18 maart 2022
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2256.
Bij de beoordeling van het verzoek van de Stichting ligt de toewijsbaarheid van de in het verzoekschrift aangeduide vordering in de (eventueel aanhangig te maken) bodemprocedure niet ter beoordeling voor. Dat staat er niet aan de weg dat in het geval als het onderhavige, waarin de voorgenomen vordering een collectieve actie is als bedoeld in artikel 3:305a BW, het verzoek wegens onvoldoende belang kan worden afgewezen als onvoldoende aannemelijk is dat de verzoeker bij het instellen van de beoogde vordering voldoet aan de vereisten van artikel 3:305a BW en de toepasselijke bepalingen van titel 14a Rv, (vgl. ook HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:347). Die situatie is hier aan de orde en dat moet er toe leiden dat het verzoek van de Stichting wordt afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4747ddf05b669519f8edd440064d251bcf3aa473d6e2c598f1f1200b567b5ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4747ddf05b669519f8edd440064d251bcf3aa473d6e2c598f1f1200b567b5ba, en de alinea staat in dat document op bytes 13100 tot 13923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4747ddf05b669519f8edd440064d251bcf3aa473d6e2c598f1f1200b567b5ba | shasum -a 256