Citaat | Rechtbank Den Haag 6 april 2022

Onder 3.5. Rechtbank Den Haag 6 april 2022

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3182.

Op grond van artikel 1018c lid 5 Rv vindt inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering slechts plaats indien en nadat de rechter heeft beslist: a. dat eiser voldoet aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW b. dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering doordat de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt, voldoende is en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot financieel belang hebben, en

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b2efeaabf3a683449771f9cc4d079f855760d3d8f4f27c775e9a64be82791ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b2efeaabf3a683449771f9cc4d079f855760d3d8f4f27c775e9a64be82791ea, en de alinea staat in dat document op bytes 17063 tot 17843.