Citaat | Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5165.
Artikel 3:305a BW (oud) schijft voor dat de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvordering strekt, zich lenen voor bundeling, zodat de rechtsbescherming van de belanghebbenden efficiënt en effectief kan worden gewaarborgd. De rechtbank is van oordeel dat de onrechtmatigheidsvraag zich leent voor collectieve beoordeling, dat wil zeggen geabstraheerd van de bijzonderheden in individuele gevallen. Ten aanzien van de vraag naar de verjaring geldt dat in beginsel ook. De vraag of de vorderingen op grond van de absolute termijn verjaard zijn, kan in algemene zin worden beantwoord, evenals de opgeworpen vraag naar het belang van de Staat bij zijn beroep erop en de vraag of de Staat geacht moet worden in het verleden afstand te hebben gedaan van dat beroep. Bij de beantwoording van de vraag echter of het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, ligt dat genuanceerder omdat daarbij individuele omstandigheden doorslaggevend kunnen zijn. Zoals hieronder zal blijken, kan daarover in dit specifieke geval wel definitief worden geoordeeld. Daarbij is van belang dat de stellingen van de Stichting niet anders kunnen worden begrepen, dan dat zij ook dit laatste aspect in het kader van de collectieve actie beoordeeld wenst te zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00, en de alinea staat in dat document op bytes 76885 tot 78182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00 | shasum -a 256