Citaat | Rechtbank Den Haag 1 juni 2022

Onder 4.9. Rechtbank Den Haag 1 juni 2022

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5165.

Bij de beoordeling van het beroep op verjaring is het vertrekpunt uiteraard de vordering. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat eisers de aansprakelijkheid van de Staat in de kern genomen baseren op het door de inwerkingtreding van de Goedkeuringswet en van het Yoshida-Stikker-Protocol onteigenen van de vorderingen op Japan van de Nederlandse slachtoffers van de Japanse bezetter, zonder dat de Staat de volledige oorlogsschade van deze slachtoffers heeft vergoed. Het niet vergoeden van de oorlogsschade van de slachtoffers bracht bovendien een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van deze slachtoffers met zich ten opzichte van Nederlandse slachtoffers van de Duitse bezetter. Met de Staat is de rechtbank verder van oordeel dat tijdens de totstandkoming van het Vredesverdrag en genoemd protocol de meest wezenlijke schade - de tijdens de Tweede Wereldoorlog geleden materiële en immateriële oorlogsschade - reeds was ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00, en de alinea staat in dat document op bytes 78731 tot 79690.