Citaat | Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Onder 4.11.1. Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5165.
Destijds gold de Verjaringswet 1924 waarin de verjaringstermijn van rechtsvorderingen ter zake van geldschulden van het Rijk op vijf jaar werd gesteld. Deze termijn ving aan op 31 december van het jaar waarin de schuld opvorderbaar was geworden, meer in het bijzonder op het tijdstip waarop de bevoegdheid was ontstaan om onmiddellijk de nakoming van de verbintenis te eisen. Laatstgenoemd tijdstip lag ten aanzien van vorderingen tot vergoeding van schade uit onrechtmatige daad op het moment waarop de schade is ontstaan, ongeacht de vraag of de schuldeiser op dat moment bekend was met het bestaan van de verbintenis uit onrechtmatige daad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00, en de alinea staat in dat document op bytes 82514 tot 83170.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00 | shasum -a 256