Citaat | Rechtbank Den Haag 1 juni 2022

Onder 4.32. Rechtbank Den Haag 1 juni 2022

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5165.

Dit verweer richt zich op de dragende vooronderstelling die aan de onder 4.9 weergegeven stelling van eisers ten grondslag ligt. Deze vooronderstelling luidt, dat ten tijde van bedoeld verdrag en protocol een gerede kans zou hebben bestaan dat de Japanse rechter oorlogsschadevorderingen van individuele slachtoffers op de Japanse staat zou honoreren, indien Nederland zich bij bedoeld verdrag en protocol niet zou hebben aangesloten. Of anders, meer juridisch, gezegd: dat eisers destijds een gerechtvaardigde verwachting hadden dat hun vorderingsrechten door de Japanse rechter zouden worden erkend en dientengevolge een reële vermogenswaarde vertegenwoordigen en dat hen een kans is ontnomen om die vermogenswaarde via de Japanse rechter te verzilveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00, en de alinea staat in dat document op bytes 104763 tot 105534.