Citaat | Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Onder 4.50. Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5165.
Eisers hebben nog naar voren gebracht dat, als individuele vorderingen destijds ondenkbaar zouden zijn geweest, niet valt in te zien waarom deze vorderingen dan in het Vredesvedrag zijn opgenomen. Het komt de rechtbank voor dat ook die constatering niet in strijd is met het oordeel over het ontbreken van een gerechtvaardigde verwachting. Staten waren op grond van het volkerenrecht hoe dan ook gerechtigd op interstatelijk niveau (verdragsrechtelijke) afspraken te maken over de (gedeeltelijke) delging van “ claims of […] their nationals” , als dat destijds al niet als de enige wijze van delging werd gezien. Het doen van afstand van de bevoegdheid om namens de eigen burgers compensatie te bedingen bij de staat die hun schade heeft toegebracht, kan dus niet zonder meer worden gezien als de erkenning dat individuele claimrechten een volkerenrechtelijke realiteit waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00, en de alinea staat in dat document op bytes 128090 tot 129018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00 | shasum -a 256