Citaat | Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Onder 4.57. Rechtbank Den Haag 1 juni 2022
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5165.
De vraag rijst of, als de verjaring zou worden weggedacht, de taakverdeling tussen de wetgever en de rechter niet aan toewijzing van een vordering gegrond op schending van het gelijkheidsbeginsel in de weg zou hebben gestaan. De vraag is namelijk of de compensatie van slachtoffers wel “feitelijk handelen” van de overheid betreft. De gelijke behandeling zou volgens eisers namelijk moeten hebben bestaan uit bijvoorbeeld het ook op hen van toepassing verklaren van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden of het tot stand brengen van een gelijkwaardige regeling, zodat het toewijzen van zo’n vordering wellicht in wezen als een (aanvullend) wetgevingsgebod zou kunnen worden beschouwd. Ook zou de beoordeling kunnen raken aan een toetsing van formele wetgeving (de WMO).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00, en de alinea staat in dat document op bytes 134053 tot 134842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8a8cfaf37c7b8ac82d218f053586fedf6656b7fcf8645a4386f95e2f12c7a00 | shasum -a 256