Citaat | Rechtbank Den Haag 24 augustus 2022

Onder 5.4. Rechtbank Den Haag 24 augustus 2022

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8564.

Aan de door art. 3:305a BW (oud) gestelde eis dat de ingestelde rechtsvordering strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, is voldaan indien de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvordering strekt, zich lenen voor bundeling, zodat een efficiënte en effectieve rechtsbescherming ten behoeve van de belanghebbenden kan worden bevorderd. Hoewel STAF de kring van personen van wie zij de belangen stelt te behartigen, soms breder trekt (tot iedere belanghebbende bij de land- en tuinbouw, wat de rechtbank, met PBL, te onbepaald acht), blijkt uit haar stellingen dat zij zich toch vooral richt op de belangenbehartiging van de ondernemers in de land- en tuinbouw. De door STAF ingestelde rechtsvordering strekt tot bescherming van het belang van met name deze ondernemers, welk belang zich aldus laat samenvatten dat moet worden voorkomen dat op basis van de volgens STAF onjuiste en misleidende informatie die PBL zou hebben gepubliceerd (“ misleidende publicaties die doen voorkomen alsof doelen niet zijn gehaald dan wel nauwelijks verbetering laten zien ”), beleid wordt ontwikkeld of regelgeving tot stand komt die leidt tot extra beperkingen in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van STAF, niet nodig zouden zijn als politici en beleidsmakers zich zouden op baseren op wat STAF ziet als de “ware cijfers” en de juiste informatie. Die extra beperkingen zijn volgens STAF nadelig en leiden tot schade voor de ondernemers in de land- en tuinbouw. Bovendien leidt de gestelde onjuiste en misleidende informatie over de kwaliteit van het oppervlaktewater volgens STAF tot imagoschade voor de ondernemers in de land- en tuinbouwsector (“ De boeren zijn overal de schuld van! ”) en zijn de vorderingen van STAF mede ingesteld om ook die schade te beperken. Deze aldus samengevatte belangen lenen zich naar het oordeel van de rechtbank voor bundeling. Daarbij heeft te gelden dat de omstandigheid dat een (al dan niet aanmerkelijk) deel van de ondernemers in de land- en tuinbouw ter bescherming van de belangen van wie de collectieve actie strekt, (mogelijk) niet instemt met (het doel) van de rechtsvordering of zelfs een tegenovergesteld standpunt inneemt, op zichzelf niet in de weg staat aan het oordeel dat de vordering strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98afb3dcd9bcafa5516e26c396464347db44d57a922f2a735d47f335b2b800f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98afb3dcd9bcafa5516e26c396464347db44d57a922f2a735d47f335b2b800f6, en de alinea staat in dat document op bytes 35639 tot 38123.