Citaat | Rechtbank Den Haag 21 februari 2024

Onder 5.8. Rechtbank Den Haag 21 februari 2024

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 21 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1990.

VVT voert nog een ander argument aan om terug te komen op de bindende eindbeslissing in het tussenvonnis. Volgens VVT heeft de Staat de rechtbank op het verkeerde been gezet met zijn niet-ontvankelijkheidsverweer. In dit verweer heeft de Staat, volgens VVT ten onrechte, gesteld dat artikel 7.23d Arbobesluit indirecte werking had zodat voor leden van VVT een rechtsingang open stond en staat bij de bestuursrechter. Dit is misleidend omdat evident is dat artikel 7.23d Arbobesluit, in samenhang met artikel 9.19 Arbobesluit, directe werking heeft. Door deze misleidende voorstelling van zaken zou de rechtbank ten onrechte hebben aangenomen dat VVT geen voldoende eigen belang had, aldus steeds VVT.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea3ce4efeafe957b306f450c8dcbef8ef7f3c6f30ff446ba7c29bd4022821630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea3ce4efeafe957b306f450c8dcbef8ef7f3c6f30ff446ba7c29bd4022821630, en de alinea staat in dat document op bytes 41158 tot 41872.