Citaat | Rechtbank Den Haag 17 januari 2024

Onder 5.22. Rechtbank Den Haag 17 januari 2024

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:355.

Tijdens de aanhoudingsperiode is er geen andere collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis(sen) ingesteld. De rechtbank ziet, mede gelet op de aard van de collectieve vordering, geen aanleiding om een exclusieve belangenbehartiger aan te wijzen en zal ook geen toepassing geven aan het onder a) bedoelde voorschrift. Omdat Privacy First niet als exclusief belangenbehartiger wordt aangewezen zal de rechtbank zorg dragen voor aantekening van het vonnis in het centraal register voor collectieve vorderingen, zodat in verband daarmee aan Privacy First geen opdracht hoeft te worden gegeven (zie 4.1 onder primair en artikel 1018e lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f144cd0109a7dc52da77f107646ac207c2e689f5d067f83fabed197599388a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f144cd0109a7dc52da77f107646ac207c2e689f5d067f83fabed197599388a4, en de alinea staat in dat document op bytes 28875 tot 29591.