Citaat | Rechtbank Den Haag 2 november 2026
Onder 2.1. Rechtbank Den Haag 2 november 2026
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 november 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:32197.
Den Haag, zittingsplaats Rotterdam van 24 juli 2026 . Verder verwijst hij naar het rapport ‘EUAA Pakistan -Country Focus, Country of Origin report’, van mei 2026, een nieuw rapport dat nog niet bij genoemde uitspraak was betrokken. In dit rapport wordt een zorgwekkend beeld geschetst van de situatie van Ahmadi’s in Pakistan, met toenemend routineus geweld tegen Ahmadi’s, gebedshuizen die regelmatig worden aangevallen en begrafenissen die worden verstoord. Ahmadi’s worden volgens dit rapport gedwongen om hun geloof te verbergen vanwege druk van de samenleving, overheid en geestelijken. Eiser stelt zich op basis hiervan op het standpunt dat er in Pakistan thans sprake is van groepsvervolging van Ahmadi’s. De minister miskent dat vanwege de vijandige houding jegens Ahmadi’s, zij hun geloof moeten verbergen en zich terughoudend moeten opstellen omdat als zelfs maar bekend wordt dat ze gaan bidden, er aangifte wordt gedaan omdat zij zich gedragen als moslims, waardoor ze dat en andere religieuze handelingen zoals het op islamitische wijze begraven van hun dierbaren, niet kunnen doen. Dat is vervolging van een groep door zowel de Pakistaanse samenleving, geestelijkheid als autoriteiten. Daarnaast miskent de minister dat de situatie sinds 2024 is verslechterd en eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 10 april 2026 . Verder voert eiser aan dat de minister het asielrelaas van eiser en de problemen die hij had, geloofwaardig acht. Eiser vreest dat zijn schoonfamilie hem gaat doden omdat eiser is getrouwd met een vrouw die geen Ahmadi was en die zich heeft bekeerd. Daarom heeft eiser een persoonlijke reden waarom hij als Ahmadi een persoonlijke vrees heeft voor vervolging. Verder betoogt eiser dat hij niet oppervlakkig heeft verklaard over de wijze waarop hij zijn geloof wil uiten. Hij heeft uitgelegd waarom bepaalde religieuze handelingen voor hem van belang zijn. De minister heeft in strijd met de uitspraak van de Afdeling van 10 augustus 2015 niet onderzocht welke geloofshandelingen eiser wil verrichten en of deze een vervolgingsrisico met zich meebrengen. Zo heeft eiser verklaard dat hij Tabligh wil verrichten. De minister heeft volgens eiser nagelaten om deugdelijk te onderzoeken hoe hij zijn geloof bij terugkeer naar Pakistan wil uiten en of eiser hierdoor een risico loopt op vervolging en/of ernstige schade. Tot slot voert eiser aan dat hij zijn identiteit niet heeft willen verhullen. Hij heeft zijn paspoort niet met opzet niet kunnen overleggen en hij heeft ter onderbouwing van zijn identiteit een kopie van zijn paspoort overhandigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f40518e885fa325884e9dae2969a45d9da1dfbd412eec1a2b9ec162a48bb8c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f40518e885fa325884e9dae2969a45d9da1dfbd412eec1a2b9ec162a48bb8c4, en de alinea staat in dat document op bytes 10541 tot 13485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f40518e885fa325884e9dae2969a45d9da1dfbd412eec1a2b9ec162a48bb8c4 | shasum -a 256