Citaat | Rechtbank Den Haag 2 november 2026

Onder 8.1. Rechtbank Den Haag 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 november 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:32201.

10. In de uitspraak van 12 februari 2026 gaat de Afdeling in op de gevolgen van het Adrar-arrest voor de minister en de bewaringsrechter die de rechtmatigheid van de bewaring van een vreemdeling met het oog op diens uitzetting moet toetsen. Uit die uitspraak volgt dat de minister voordat de bewaringsmaatregel wordt opgelegd, moet nagaan of het beginsel van non-refoulement zich niet tegen de uitzetting verzet. Tijdens het gehoor moeten de vreemdeling daarom vragen worden gesteld hierover en het resultaat van het onderzoek en de voorbereiding moeten in de motivering van de maatregel worden vastgesteld. In de uitspraak van 12 juni 2026 heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister bij een bewaringsmaatregel op grond van artikel 59a van de Vw geen refoulementbeoordeling hoefde te maken, omdat nog geen overdrachtsbesluit was genomen. De Afdeling heeft erop gewezen dat haar uitspraak van 12 februari 2026 en het Adrar-arrest gaan over de eerbiediging van het beginsel van non-refoulement in de situatie dat de minister een vreemdeling in bewaring stelt om een terugkeerbesluit uit te voeren (artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn). De Afdeling heeft zich niet uitgelaten over de vraag of een refoulementsbeoordeling moet worden gemaakt in gevallen waarin de minister al een overdrachtsbesluit heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/449e508b55b856e2e50fe04bfe3058e2d7a8893a77ce93523a9604a4fd661e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 449e508b55b856e2e50fe04bfe3058e2d7a8893a77ce93523a9604a4fd661e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 16613 tot 18129.