Citaat | Rechtbank Dordrecht 17 juli 2003
Alinea 50 Rechtbank Dordrecht 17 juli 2003
Een alinea uit Rechtbank Dordrecht 17 juli 2003, ECLI:NL:RBDOR:2003:AI0128.
6. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding moet het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening nodig moet zijn. Bij de afweging van de belangen van partijen dient daarnaast de vraag betrokken te worden naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f365d7fb387e5406686034a7b116ff4beed49922526337faee006b1c06925da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f365d7fb387e5406686034a7b116ff4beed49922526337faee006b1c06925da, en de alinea staat in dat document op bytes 12872 tot 13244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f365d7fb387e5406686034a7b116ff4beed49922526337faee006b1c06925da | shasum -a 256