Citaat | Rechtbank Dordrecht 2 februari 2005
Alinea 62 Rechtbank Dordrecht 2 februari 2005
Een alinea uit Rechtbank Dordrecht 2 februari 2005, ECLI:NL:RBDOR:2005:AS4859.
10. De rechtbank is echter van oordeel dat de uit de parlementaire geschiedenis blijkende opvattingen van de regering zoals in rov. 9 weergegeven niet past in het in rov. 8 geschetste wettelijk systeem, dat erop neerkomt dat het niet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste leidt tot nietigheid van de koop. Deze uit artikel 3:39 BW voortvloeiende nietigheid betekent dat de koop van aanvang aan van rechtswege nietig is en dat de wet daaraan zonder meer de daarmee beoogde rechtsgevolgen onthoudt. Daarmee is onverenigbaar dat aan een dergelijke, nietige rechtshandeling - zoals in de parlementaire geschiedenis staat - toch rechtsgevolg wordt verbonden, in die zin dat, ingeval sprake is van een mondeling akkoord dat - het vormvereiste van artikel 7:2 lid 1 BW weggedacht - een rechtens bindende hoofdovereenkomst zou opleveren, de verkoper in beginsel gehouden zou zijn om de noodzakelijke medewerking voor totstandbrenging van de overeenkomst te verlenen door mee te werken aan het opmaken van de daarvoor vereiste akte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f800a074ad08174a4b424f8419b2bd0274341e78d0209838e045ef06298caecb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f800a074ad08174a4b424f8419b2bd0274341e78d0209838e045ef06298caecb, en de alinea staat in dat document op bytes 14608 tot 15649.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f800a074ad08174a4b424f8419b2bd0274341e78d0209838e045ef06298caecb | shasum -a 256