Citaat | Rechtbank Dordrecht 1 november 2007

Alinea 16 Rechtbank Dordrecht 1 november 2007

Een alinea uit Rechtbank Dordrecht 1 november 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:BB6979.

Aan verdachte is de inleidende dagvaarding van 20 maart 2006 uitgebracht met daarop feit 1, feit 2, feit 2 subsidiair en feit 2 meer subsidiar. De politierechter in de rechtbank te Dordrecht heeft bij vonnis van 22 maart 2006 de officier van justitie ten aanzien van feit 1 niet ontvankelijk verklaard, de verdachte vrijgesproken van feit 2 primair en de verdachte ten aanzien van feit 2 subsidiair veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep in gesteld. Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft in zijn arrest van 7 juni 2007 onder het kopje “Omvang van het hoger beroep” aangegeven dat – kort gezegd – uitsluitend het onder 1 tenlastegelegde aan zijn oordeel is onderworpen. Het hof heeft vervolgens het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard in de vervolging van dat feit en de zaak teruggewezen naar de politierechter in de rechtbank te Dordrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b4c8d5f1ff8cf697419d2f63ae6493797be8bbf6954b2070e7332c2d5267b4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b4c8d5f1ff8cf697419d2f63ae6493797be8bbf6954b2070e7332c2d5267b4b, en de alinea staat in dat document op bytes 5233 tot 6169.