Citaat | Rechtbank Dordrecht 2 mei 2012

Alinea 34 Rechtbank Dordrecht 2 mei 2012

Een alinea uit Rechtbank Dordrecht 2 mei 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BW4464.

De beslissing van de rechter-commissaris tot doorzoeking ter inbeslagneming in de woning van verdachte en het feit dat die doorzoeking onder haar leiding heeft plaatsgevonden, zijn op zichzelf of tezamen een uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat de rechter-commissaris jegens een van partijen een vooringenomenheid koestert. Aan het verzoek tot wraking is als grond toegevoegd dat de rechter-commissaris ondanks het verzoek tot wraking op de vordering tot inbewaringstelling heeft beslist. Deze grond kan worden geacht tegelijk met de andere grond te zijn voorgedragen, nu de raadsman reeds tijdens het verhoor door de rechter-commissaris tegen dat feit heeft geprotesteerd. De grond kan evenwel niet slagen omdat artikel 6.2 van het wrakingsprotocol van de rechtbank toestaat dat de gewraakte rechter handelingen verricht die geen uitstel gedogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ded5fb7f65dcbc5a11bf818586191d5493d56e852671c651a9924f04467a7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ded5fb7f65dcbc5a11bf818586191d5493d56e852671c651a9924f04467a7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 9320 tot 10218.