Citaat | Rechtbank Dordrecht 21 november 2012

Alinea 128 Rechtbank Dordrecht 21 november 2012

Een alinea uit Rechtbank Dordrecht 21 november 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BY4583.

5.21. Vooruitlopend op deze aktewisseling wordt het beroep van [gedaagde in vrijwaringszaak] op eigen schuld van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaringszaak] verworpen. [gedaagde in vrijwaringszaak] voert onvoldoende aan ter onderbouwing van haar stelling dat erflater over het ontbreken van het bepaalde van artikel 4:82 BW in zijn testament een opmerking heeft gemaakt. Dat [gedaagde in vrijwaringszaak] het niet geloofwaardig acht dat erflater dat niet gedaan heeft, is daarvoor immers onvoldoende. Verder heeft [gedaagde in vrijwaringszaak] niet onder-bouwd dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaringszaak] jegens [eiseressen in hoofdzaak]. een beroep op artikel 4:30 BW toekwam. Integendeel, in haar conclusie van antwoord (punt 67 e.v.) betwist [gedaagde in vrijwaringszaak] juist dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaringszaak] behoeftig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69ec65c8b0e3951edbb7e78aa67ea7559d625786768cabde49ec810f7a425167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69ec65c8b0e3951edbb7e78aa67ea7559d625786768cabde49ec810f7a425167, en de alinea staat in dat document op bytes 36201 tot 37082.