Citaat | Rechtbank Gelderland 19 maart 2014

Onder 2 Rechtbank Gelderland 19 maart 2014

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 19 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1821.

De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit om de ander van het leven te beroven vormt een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld. Maar er kunnen contra-indicaties zijn, waar een zwaarder gewicht aan kan worden toegekend. Gedacht kan worden aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad pas tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Wanneer niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, betekent dat niet zonder meer dat sprake is van voorbedachte raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9a8a960628cabee15d25f9629daab51aa46c4f0e4c727d4fa4e536b9d08402f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9a8a960628cabee15d25f9629daab51aa46c4f0e4c727d4fa4e536b9d08402f, en de alinea staat in dat document op bytes 8240 tot 9078.