Citaat | Rechtbank Gelderland 20 maart 2014

Onder 4.11 Rechtbank Gelderland 20 maart 2014

Een alinea uit Rechtbank Gelderland 20 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1823.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 juni 2011, nr. 09/02639, ECLI:NL:HR:2011: BO5046, geoordeeld dat voor de vraag of de redelijke termijn voor de beslechting van het geschil is overschreden, moet worden aangesloten bij de uitgangspunten die hij in zijn arrest van 22 april 2005, nr. 37984, ECLI:NL:HR:2005:AO9006, BNB 2005/337, heeft neergelegd voor de duur van de redelijke termijn in fiscale boetezaken. Daarbij hanteert de Hoge Raad als uitgangspunt dat de redelijke termijn voor de behandeling in de bezwaarfase en de beroepsfase tezamen niet meer dan twee jaar bedraagt. Voor de hoogte van de schadevergoeding hanteert de Hoge Raad een tarief van € 500 per halfjaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c1affc143ee1a923a3d774a7bfdbcfcef7fc972980393ef68efe61d316eb406. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c1affc143ee1a923a3d774a7bfdbcfcef7fc972980393ef68efe61d316eb406, en de alinea staat in dat document op bytes 25051 tot 25853.