Citaat | Rechtbank Gelderland 12 februari 2014
Onder 4.14. Rechtbank Gelderland 12 februari 2014
Een alinea uit Rechtbank Gelderland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1966.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] met het reiskostenoverzicht, waarop staat wanneer hij voor welke medische behandeling heeft moeten reizen, de gestelde reiskosten ad € 119,52 voldoende onderbouwd. Datzelfde geldt voor de verschenen schade wat betreft orthopedisch schoeisel, zolen en pijnstillers: [eiser] heeft blijvende klachten aan zijn voet. Het ligt in de rede dat orthopedisch schoeisel hem de noodzakelijke steun geeft. Dat en zo ja in welke mate deze kosten zich in de toekomst zullen blijven voordoen, is in deze procedure nog onvoldoende onderbouwd. Datzelfde geldt voor het gestelde verlies aan verdienvermogen. Dat [eiser] in zijn zelfwerkzaamheid in zekere mate wordt beperkt als gevolg van het ongevalsgerelateerde letsel is aannemelijk. [gedaagde] betwist ook niet dat stilstaan voor [eiser] een probleem vormt. Dat rechtvaardigt in voldoende mate een voorschot op de genoemde kosten ad € 1.000,--. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij dagelijks beperkingen ondervindt van het ongevalsgerelateerde voetletsel en dat er geen verbetering meer mogelijk is. De impact van dit letsel is voor [eiser], gelet op ook op zijn professie, aanzienlijk zodat ook een voorschot op het smartengeld ad € 2.500,-- op zijn plaats is. Wat betreft de buitengerechtelijke kosten. De kosten wegens het opvragen van medische informatie ad € 135,40 zijn niet bestreden en toewijsbaar. Met betrekking tot de kosten van administratiekantoor Jansen heeft [gedaagde] terecht opgemerkt dat vooralsnog de noodzaak van die werkzaamheden en dus van die kosten onvoldoende zijn gebleken. Met betrekking tot de buitengerechtelijke (advocaat)kosten wordt het volgende overwogen. Vooropgesteld wordt dat, anders dan [gedaagde] heeft opgeworpen, niet van belang is of sprake is van een toevoeging. Wordt een eisende partij met een toevoeging in het gelijk gesteld, dan mag aan hem een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegekend, mits hij stelt en zonodig bewijst dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en (dus) kosten zijn gemaakt. [eiser] heeft dat laatste voldoende aannemelijk gemaakt. Dat rechtvaardigt een voorschot op die kosten van € 904,-- (2 punten x tarief II). Al het voorgaande rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een voorschot op de materiële en immateriële schadevergoeding van € 4.660,--.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6087f37a521db146a12bf5765f6fd42868a2fb629cc09a36ef1decef2b6dfe6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6087f37a521db146a12bf5765f6fd42868a2fb629cc09a36ef1decef2b6dfe6c, en de alinea staat in dat document op bytes 32330 tot 34736.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6087f37a521db146a12bf5765f6fd42868a2fb629cc09a36ef1decef2b6dfe6c | shasum -a 256